zondag 13 september 2020

Tweede Zaligspreking in Openbaring

 En ik hoorde een stem uit de hemel, die tot mij zeide: Schrijf, zalig zijn de doden, die in de Heere sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, opdat zij rusten mogen van hun arbeid; en hun werken volgen met hen. Openbaring 14 : 13.

Een zaligspreking die tussen de aankondiging van het oordeel van de drie engelen staat en de graan en wijnoogst. Een zaligspreking vanuit de hemel en niet van de mensen. Zo'n grote waarheid wordt met gezag gesproken. 

Johannes moet het weer op gaan schrijven. 'Zalig zijn de doden, die in de Heere sterven, van nu aan.' Het wordt opgeschreven, zodat Gods volk (Zijn kinderen) er altijd ondersteuning en troost in kunnen vinden. Allen, die in de Heere sterven zijn zalig. Wat wil dat nu eigenlijk zeggen? Als je door Jezus Christus Bloed gereinigd mag zijn van zonden.                                                                          Misschien vind je dat nog te moeilijk. Iedereen op deze aarde maakt fouten. Niemand is volmaakt. En die fouten kunnen we niet overdoen. We zouden het wel willen, maar dat gaat niet. We voelen ons daardoor schuldig. Maar als we met die fouten naar Jezus gaan en ze allemaal belijden (vertellen) en ook hoe schuldig je je daaronder voelt, dan wil Hij je vergeven. En als Hij je vergeeft, dan neemt Hij die zonden weg en bestaan ze niet meer in Zijn ogen. (Psalm 103) Jezus is hier voor op aarde gekomen en heeft zoveel geleden en is onschuldig aan het kruis genageld om onze zonden op Zich te nemen. Had een ander dat dan ook niet kunnen doen?  Nee, want Hij was de Enige zonder zonden, want Hij werd 100 % mens alleen zonder zonden, maar was ook 100% God. Hij kon het alleen en deed het ook omdat Hij ons zo liefheeft. Hij stierf aan het kruis, maar de dood kon Hem niet houden, Hij is weer opgestaan uit de dood en leeft nu bij de Vader in de hemel. En wanneer je zonden vergeven zijn komt Hij in je hart wonen en leert Hij je zoveel als je nodig hebt om achter Hem aan te gaan.  

Je hebt mensen die zeggen dood is dood. Maar dat is niet waar. Wanneer je sterft is er eeuwigheid. Je zult dan voor eeuwig bij God zijn of eeuwig pijn lijden.        De keuze ligt hier in dit leven of je Jezus toelaat in je hart, want Hij klopt op de deur van je hart en wil zo graag binnenkomen. Hij heeft het verlorene lief. Mensen, die het niet van zichzelf verwachten, maar alleen van Hem. God heeft hen lief! God heeft jou lief en jij, heb jij Hem ook lief?

Ja, zegt de Geest, opdat zij rusten mogen van hun arbeid; en hun werken volgen met hen. Nu spreekt de Heilige Geest. En Hij zegt waarin de zegen bestaat voor die in de Heere sterven. Namelijk, zij rusten van hun arbeid en hun werken volgen met hen. Ze zijn gezegend in hun rust. Waar rusten ze dan van? Ze rusten van hun werk, van alle zonden, verzoekingen, verdriet en vervolgingen. Daar rusten de vermoeiden van verdriet. Er blijft dan een rust over voor het volk van God zegt Hebreeën 

Zij zullen gezegend zijn in hun beloning. Hun werken volgen met hen. Als bewijs, da zij geleefd hebben en gestorven zijn in de Heere. En de gedachte daaraan zal hun aangenaam zijn en de beloning geweldig, ver boven de verdienste van al hun werk en lijden. 

Zij zullen in vrede sterven. (Nu laat Gij Heere, Uw dienstknecht gaan in vrede naar Uw woord, want min ogen hebben Uw zaligheid gezien. Simeon)

Wees daarom ook voorbereid om te sterven, want geen mens weet de tijd wanneer hij of zij sterft. En geen mens weet wanneer precies Jezus terug zal komen. Er zijn maar twee wegen. Eén tot redding en dat is de Weg, de Waarheid en Het Leven, Jezus Christus. En de ander is een weg die gaat naar het eeuwig verderf. Er is geen derde weg. En je kunt ook niet op alle twee de wegen lopen. Het is het één of het ander. Kiest heden, wie gij dienen zult! 

Zelf kan ik je alleen Gods Woord brengen zoals het is. Ik kan niet voor je kiezen, dat zal je helemaal zelf moeten doen. God heeft iedereen een wil gegeven. Hij heeft geen robots gemaakt. Hij trekt je met Zijn onvoorwaardelijke liefde, maar je zal Hem wel moeten binnenlaten in je hart, anders is er geen redding, en ook later geen sterven in de Heere. Met godsdienst en alleen maar naar de kerkgaan redden we het niet. Ook niet met alleen maar goede werken te doen.

Het is alleen uit genade. De genade van Jezus Christus. 


zondag 30 augustus 2020

Zalig is hij, die leest, hoort en bewaart, deze profetie

Zalig is hij, die leest, en zijn zij, die horen de woorden van deze profetie, en die bewaren, hetgeen daarin geschreven is; want de tijd is nabij. Openbaring 1 : 3

De eerste van de 7 zaligsprekingen uit Openbaring. Ze zijn niet zo bekend als die van de bergrede uit Mattheüs 5 en Lukas 6, maar ze zijn zeker de moeite waard om te lezen en je er in te verdiepen.




De Openbaring is een belangrijk boek. Voor veel christenen is dit boek eeuwen lang gesloten gebleven, omdat zij er geen zicht op had, hoe dit alles uit te leggen. Men wist ook niet echt de strijd die er is tussen engelen van God en de gevallen engelen van de duivel, terwijl die strijd er toen toch allang bestond. (o.a. Daniël 10 : 12-14)

Zalig betekent letterlijk vanuit het Grieks 'zegenen', 'blij maken', 'redden'              Zalig is hij, die leest. Je bent dus gezegend als je leest, en zijn zij, die horen de woorden van deze profetie. In die tijd kon niet iedereen lezen, dus was men afhankelijk van iemand, die voorlas. 

Openbaring is een profetisch boek. Veel wat er in geschreven staat, moest toen nog gebeuren, toen Johannes dit allemaal op moest schrijven.                              Het doel van deze profetie om die te lezen of te horen, maar ook te bewaren. We moeten het bewaren in ons geheugen, in ons verstand, in onze liefde en ook in de praktijk van het leven en dan zullen we gezegend worden. Zo belangrijk is deze boodschap! 

Ze ontdekt het woeden van de wereld en satan en wijst de weg van geloof en lijdzaamheid en volharding tot het einde. En ze toont, waar wij niets anders dan overwinning van satan zien, de uiteindelijk overwinning in Jezus Christus is! Nergens duidelijker dan in dit boek Openbaring, zien wij de heerlijkheid van Christus en van Zijn Middelaars Ambt om de troon van God weer op te richten in de wereld en Zijn heerschappij te bevestigen. Daarom zijn ze zalig, die dit boek lezen en horen en bewaren, want de tijd is nabij. Dat maakt de boodschap zo ernstig. Het is noodlottig als je er geen acht op slaat. Het Koninkrijk Gods is vlakbij en de Koning komt. Dan moeten de slapende maagden ontwaken. Hij komt, Hij komt om de aard te richten, Zijn wan is in Zijn hand.                      

Maar wat een troost voor die waken. De strijd is wel zwaar en lang. Maar de uitslag niet onzeker. En de tijd is kort. Het is maar een verdrukking van tien dagen. Niet lang zal het lijden duren. Dat kan toch soms tot bemoediging zijn in de zware strijd. De duivel kan het ons zo moeilijk maken. Ons eigen vlees (oude natuur) en de wereld kunnen ons benauwen, alles kan ondersteboven gaan. De aarde van haar plaats gaan, alle dingen vaak tégen lijken, maar zo blijft het niet. 


Straks komt het einde...

Daar kan toch het verlangen naar uitgaan. 'God des levens, ach wanneer?' Er kan zo'n heimwee zijn naar de volmaaktheid, die we hier altijd missen. Het blijft hier alles zo onvolmaakt. De zonde blijft in deze wereld. En ons vlees strijd continu tegen alles, de duivel probeert alles in het werk te stellen om ons te verleiden tot... Hij probeert ons te ontmoedigen. Hij probeert ons continu van God af te trekken en het meeste in onze gedachten. De duivel gaat rond als een briesende leeuw, of als een engel des lichts. Wij moeten waken, bidden, strijden, uitzien en hopen en vooral ook de wapenrusting Gods aantrekken elke dag weer. (Efeze 6)




Er zijn inmiddels al vele profetieën vervuld, maar nog niet alle. Maar de tijd is nabij, dat Jezus Christus terugkomt op deze aarde.                                              Hoe dichterbij we tot de vervulling van Gods profetieën en beloften komen, hoe oplettender we moeten worden, naar mate wij weten, dat de dag nadert.

 

zondag 16 augustus 2020

In het huis des Heeren verblijven (Psalm 23)

 Ik zal in het huis des Heeren blijven in lengte van dagen. Psalm 23 : 6 b

Deze psalm opende met vreugdevolle bewering: 'De Heere is mijn Herder.' Hier eindigt de psalm met de opgewekte verzekering:, Ik zal in het huis des Heeren verblijven in lengte van dagen.


Hier hebben we te maken met een schaap, dat zo volkomen tevreden is met haar lot, zo volkomen ingenomen met de zorg, die ze van de herder ontvangt, dat ze die voor geen goud meer wil missen. Omgekeerd is er ook van de kant van de herder een grote liefde voor zijn kudde gegroeid. Hij zou er nooit over denken om te scheiden van een schaap, dat zo volkomen tevreden is. De banden tussen herder en kudde zijn nu zo sterk, dat ze in de ware zin van het woord onverbrekelijk zijn geworden. 

Het woord 'huis', dat hier in de psalm wordt gebruikt, heeft een ruimere betekenis, dan de meeste mensen eraan zouden geven. Gewoonlijk bedoelen wij met het huis des Heeren, het heiligdom, de kerk, of de plaats van samenkomst van Gods volk. In een bepaald opzicht zal David dit ook wel in gedachte hebben gehad. Maar je moet bedenken, dat David het vanuit de gevoelens en belevenissen van het schaap schrijft, hier de activiteiten van de kudde een heel jaar overpeinst en probeert weer te geven.

Hij heeft ons meegenomen naar de grazige weiden, de stille wateren. Hij heeft het gehad over uw stok en uw staf en zo meer.

Ze zijn na lange tijd weer thuisgekomen en de kudde heeft het allemaal goed doorstaan. Wat hier kennelijk met huis bedoelt wordt is 'gemeenschap', of in dit geval 'de kudde van de Goede Herder' Het schaap is zo tevreden gesteld en voelt zich zo thuis bij de kudde waarbij het behoort, dat het nooit meer anders zou willen. En dat komt, omdat de herder zo waakzaam is en opmerkzaam en zo ijverig is. Altijd zorgt hij onvermoeibaar voor een uitzonderlijk goede verzorging. Nooit zal het schaap ergens tekort aan hebben. Het schaap weet dat de herder er is en in de grootste moeilijkheden en gevaren treed hij op en zo kunnen ze op hem vertrouwen en dat geeft een gevoel van rust en ontspannenheid en zekerheid. 

Een ander moet aan mijn rust en tevredenheid, die ik uitstraal kunnen zien dat ik een christen ben. Dat ik door genade bij de Goede Herder hoor, Jezus Christus. Ik hoef mij daar ook nooit over te schamen om dat te belijden, dat ik Hem toebehoor.

Ziet een ander iets van Zijn beeld in mijn gedrag en karakter? Voert mijn leven en wat ik te zeggen heb, hen naar Hem toe, en dus ook naar het eeuwige leven? Als dat zo is, dan kunnen anderen er ook naar gaan verlangen om eeuwig in het huis des Heeren te verkeren, wanneer ze zich geheel aan Hem overgeven. 

Als je dan ziet hoe het vergaat hen, die los van Christus leven... De oude wereld bestaat uit miserabele weidegronden en satan is een harteloze eigenaar, die geen zier om de ziel en het welzijn van de mens geeft. Onder zijn tirannie kwijnen talloos velen met hongerige, onvoldane, lege harten weg. Ze verlangen naar zorg, naar bijstand, naar echtheid, naar echte liefde.


Toch is er maar één weg. Het is de weg door Jezus Christus zelf: DE WEG.            De Goede Herder. Hij heeft gezegd: 'Ik ben de Deur; indien iemand door Mij ingaat, die zal behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan, en weide vinden. Johannes 9 : 10.

Leef voortdurend in het bewustzijn van Gods tegenwoordigheid. Er is een innerlijke zekerheid van de tegenwoordigheid van Christus, mij geopenbaard door Zijn Heilige Geest. Die Geest legt ons gedrag volkomen voor ons open. Het is belangrijk om die innerlijke stem van Zijn Geest te gehoorzamen. Voortdurend te weten, dat Jezus Christus in mijn leven is gekomen, stelt mij in staat een rijk leven te leiden door Jezus Christus en met Jezus Christus. 

Mijn leven krijgt diepere inhoud naarmate ik op de weg van het geloof vorder. Zelfs bij de kleinste beslissingen laat ik me leiden door Zijn Geest. En tegelijkertijd ervaar ik dat Hij altijd bij mij is. En ook al voel ik het niet altijd, ik weet het wel. Hij omgeeft mij met Zijn genade. Mijn leven is voor Hem een open boek. Hij doorgrondt mij. Hij weet van tevoren waarmee ik te maken krijg. Hij waakt over mij met bewogenheid en zorg, omdat ik Zijn eigendom ben en dat zal duren tot in eeuwigheid! Wat een geruststelling!

Ik zal in de tegenwoordigheid van de Heere verblijven tot in lengte van dagen. Geprezen zij Zijn Naam! 


zondag 2 augustus 2020

Het goede en de weldadigheid volgen al de dagen van mijn leven. (Psalm 23)

Immers zullen mij het goede en de weldadigheid volgen al de dagen mijns levens; Psalm 23 : 6 a

Alle aandacht hebben we besteed in de voorgaande verzen over de goede verzorging van de schapen door de schaapherder. Er werd ook bij stil gestaan, hoe belangrijk de ijver en de inspanningen van de herder zijn voor het welzijn van zijn schapen. 
Een schaap met zo'n herder bevindt zich in een zeer bevoorrecht positie. Wat er ook gebeuren zal, zij kan er in ieder geval op aan, dat ze altijd goed verzorgt wordt.
Waar zal ze zich nog druk om maken? Goedertierenheid en genade zal het kenmerk zijn van de behandeling, die zij van haar herder ontvangt.



Het is een uiting van een volkomen vertrouwen in Hem, die loopbaan en levenslot in handen heeft.
Hoeveel christenen denken ook zó over Jezus Christus?
Wie van ons kan dat werkelijk opbrengen? 
Het is erg gemakkelijk als alles naar wens gaat, maar als mijn gezondheid goed is, mijn inkomen prima, in het gezin alles in orde is en mijn vrienden me bovendien nog aardig vinden ook, is het niet zo moeilijk om mét David te zeggen: 'Immers zullen mij het goede en de weldadigheid volgen al de dagen mijn levens.'
Maar wat als je lichaam het begeeft? Wat kan ik voor positiefs uitstralen als ik machteloos mijn levenspartner langzaam ziet wegkwijnen aan onverdragelijke pijn?
Wat zal mijn reactie zijn als mijn zaak failliet gaat en er geen geld is om de rekeningen te betalen? Wat zal er gebeuren als mijn kinderen niet willen leren of in problemen raken, omdat ze aan de drugs of drank zijn geraakt? Wat zal mijn antwoord zijn op de ontdekking als mijn beste vrienden ineens zich openlijk tegen me keren? 
Dit zijn het soort beproevingen, die voor een christen de test zijn van zijn of haar vaste vertrouwen in Jezus Christus. 
Als mijn kleine wereldje in elkaar stort en mijn verwachtingen ineenschrompelen tot ruïnes, kan ik dan nóg eerlijk uitroepen: 'Jazeker, immers zullen mij het goede en de weldadigheid volgen al de dagen mijns levens.'? 
Of is het dan opeens niet waar?

Als ik bij mezelf terugkijk, zie ik alleen maar de liefde en zorg van de Herder voor mij. Mijn leven is niet gemakkelijk geweest. Ik moest langs smalle, hellende paden gaan, die mij op doodlopende gangen deed lijken. Ik moest dagen beleven, die zo zwart waren als de nacht, maar achteraf blijkt het allemaal voor mijn bestwil te zijn geweest. 
Met mijn beperkte bevattingsvermogen als mens kon ik natuurlijk niet altijd de bedoeling begrijpen, die Hij in Zijn oneindige wijsheid met mij had. Vaak liep ik dan van de kudde vandaan en raakte verward in mijn vragen naar het 'waarom'
Maar Hij nam de leiding en richtte mij op, droeg mij terug naar de kudde in grote tederheid, waar ik weer op mijn voeten werd gezet.
Dan zie ik levensgroot Zijn liefde en genade in mijn leven, waarin Hij mij als Zijn kind verzorgd. 
Dag en nacht waakt Hij over mij en zorgt Hij over mij. 

Maar Hij zorgt niet alleen over mij, maar al Zijn kinderen. En Hij wil ook voor jou zorgen, ook al denk je misschien dat je het niet waard bent, omdat je telkens verwart raakt in allerlei 'struikgewas'. 
Wanneer we oprecht onze zonden belijden, wil Hij ze vergeven en zal Hij ons als Zijn kinderen aannemen. 



Maar als ik niet in staat ben om te vergeven en vriendschap te schenken aan de de gevallen mens, dan is het wel zeker, dat ik in de praktijk weinig of niets heb begrepen van de vergeving en genade van Jezus Christus aan mij.
Dit gebrek aan liefde tussen christenen onderling maakt de kerk van tegenwoordig vaak tot een smakeloze en lauwe instelling. De mensen komen er om geborgenheid te vinden en worden afgeschrikt door onze lauwheid. 
Maar de man of vrouw, die goedertierenheid en genade van God heeft ervaren, zal tegenover anderen ook genegenheid en goedertierenheid uitstralen en geen oordeel. Dit zal dan voor hen een weldaad betekenen, maar en dat is net zo belangrijk, hierdoor wordt God verheerlijkt!




God verlangt ook naar onze liefde en onze liefde naar de ander.
En dat kan alleen vanuit Gods liefde.


 


zondag 19 juli 2020

mijn beker is overvloeiende Psalm 23

Als eenmaal de Heilige Geest bezit heeft genomen van je hart worden de kenmerken van vrede, geluk, lankmoedigheid en gulheid duidelijk zichtbaar. Dan wordt de mens zich bewust van al die kleinzielige jaloezie en geprikkeldheid, die voorheen zijn geldingsdrang moesten motiveren.
Het leven wordt vervuld met een blijde tevredenheid onder de hoede van de grote Herder.
Dan wordt de beker van vrede en geluk werkelijkheid in ons leven.
Als kinderen van God, als schapen in de hoede van de Herder, moeten we ook bekend staan als de meest tevreden mensen op aarde.
Hij heeft immers alle kennis van zaken en weet hoe ik mijn leven moet leiden. En Hij weet elke situatie waarin ik ook terecht kom, mij daaruit te halen. En al zit ik vol met schrammen en wonden. Hij zorgt voor mij in liefde en tederheid. Zullen we dan niet blij zijn, dat Hij altijd ons weer opzoekt met Zijn liefde? Altijd ons weer genadig wil zijn, wanneer we ons hoofd buigen.
Op een bijzondere manier is mijn beker, dat is mijn levenslot, overvloeiend van zegeningen op allerlei gebied.




Het is jammer, dat de meesten van ons het niet zo zien. Vooral wanneer er moeilijkheden of teleurstellingen komen, dan zijn we zo gauw geneigd te denken, dat onze Herder ons heeft vergeten, alsof het Hem teveel is geworden. Maar Hij slaapt nooit. Hij is nooit laks of achteloos. Hij is nooit onverschillig om ons welzijn. Hij heeft altijd het beste met ons voor!
Daarom hebben we de dure plicht  om een dankbaar volk van God te zijn. 
Het Nieuwe Testament leert ons overduidelijk, dat we er zeker van mogen zijn, dat onze beker overvloeiende is van al het goede, van het leven van Christus Zelf en van de tegenwoordigheid van de Heilige Geest. Daarom mogen we, nee eigenlijk moeten we toch blij zijn, dankbaar en vredelievend zijn?
Dit is het overwinnend christelijk leven, waarin Gods kind volkomen tevreden kan zijn met wát er ook op zijn of haar weg mag komen, zélfs verdriet en pijn (Hebreeën 13 : 5) want Hij zal ons nooit begeven noch verlaten! De meeste mensen zijn natuurlijk blij als alles goed gaat. Maar hoeveel mensen kunnen óók loven en prijzen als alles verkeerd gaat?

Als we nu weer naar de seizoenen kijken, die de schapen doormaken in de hoede van de herder zien de we zomer langzamerhand overgaan in de herfst. Regen- en hagelbuien en vroege sneeuw beginnen over de hoogvlakte neer te dalen. Het zal niet lang meer duren of de schapen zullen van de hooglanden worden verdreven. Zij zullen weer terug moeten naar de thuisvlakten beneden voor het lange stille winterseizoen.
Die herfstdagen kunnen gouden dagen zijn bij mooi najaarsweer. Want de schapen hebben geen last meer van de vliegen, insekten en schurft. Geen ander seizoen is zo goed voor hun gezondheid en kracht. Geen wonder dat David schreef: 'Mijn beker is overvloeiende.'
Aan de andere kant kunnen onverwachte sneeuwstormen  of ander natuurgeweld plotseling losbarsten. De kudde en de eigenaar moeten samen soms verschrikkelijke ontberingen trotseren.



Een andere kant van de 'overvloeiende beker'  is dit. In elk leven is er óók de beker van het lijden. Jezus Christus noemde Zijn lijdensweg in de hof van Gethsemané en op Golgotha 'de drinkbeker' Als die beker niet overvloeiende was geweest van Zijn bloed, dat voor ons vergoten is, dan zouden we reddeloos verloren zijn gegaan.

De herder droeg in die tijd wijn bij zich. En als er een ooi of lam door nat en koud weer ging liggen, raakte het nog meer bevangen door de kou. Dan gaf de herder wat wijn en was het ooi of het lam binnen de kortste keer weer vol nieuwe energie. 

Wat een beeld geeft dit van de Herder, die Zijn wijn, het levensvocht van Zijn eigen lijden, uit Zijn 'overvloeiende' beker op Golgotha voor mij uitgoot. Hij staat mij bij in iedere storm.
Mijn Herder waakt eindeloos en is continue op Zijn hoede voor elk dreigend gevaar, dat Zijn volk belaagt.
Zélf heeft Hij al veel eerder stormen van lijden te verduren gehad. Hij droeg onze zorgen; Hij kende ons leed. Maar van nu af aan worden Zijn kracht en moed in mijn leven uitgegoten bij alle stormen, die ik ooit nog te trotseren krijg. Het wordt zo rijkelijk uitgegoten, dat ook mijn beker 'overvloeiende' is van Zijn leven...dikwijls tot zegen voor anderen, als ze mij pal zien staan temidden van verzoekingen en lijden. Niet dat je dat van jezelf ziet, want je ogen zijn alleen gericht op de Goede Herder. Je hoort Zijn Stem en volgt Hem waar Hij ook heengaat.







zondag 5 juli 2020

Gij maakt mijn hoofd vet met olie ( Psalm 23)

De kudde kan heel veel last hebben van parasieten. Je hebt namelijk verschillende soorten.
De zoemvliegen, botvliegen, hielvliegen, hertevliegen, neusvliegen, zwarte vliegen, muskieten en nog tientallen andere soorten. Hun aanvallen kunne voor de schapen in de zomermaanden gemakkelijk veranderen in grote kwelling, die hen bijna dol kunnen maken.


De schapen worden vooral gekweld door de neusvlieg. Deze kleine vliegensoort gonst om de kop van het schaap in een poging om eitjes te leggen op de vochtige kleverige slijmvliezen van de neus van het schaap. Als ze dat lukt, zullen de eitjes  binnen enkele dagen zijn uitgebroed tot kleine, dunne, wormvormige larven. Deze zoeken hun weg door de neusholten naar de kop van het schaap. Daar graven zij zich in het vlees en veroorzaken een intense irritatie en een ernstige ontsteking. Om wat verlichting te vinden gaan de schapen met hun koppen hard tegen bomen, palen, rotsen of kreupelhout slaan. Of ze schuren hun kop tegen de ruwe aarde. In het uiterste geval kan bij ondraaglijk getreiter een schaap zichzelf doden in een vertwijfelde poging verlichting te krijgen van de foltering. Heel vaak kunnen deze infecties in een later stadium ook tot blindheid leiden.
Bij intuïtie raken schapen vaak als de neusvliegen om hun koppen zoemen in dolle paniek en proberen op allerlei manieren om aan hun folteraars te ontkomen. Soms gaan ze rennen en blijven rennen totdat ze erbij neervallen, zo uitgeput zijn ze dan. 


Al deze opwinding en verwarring heeft een verwoestende uitwerking op de hele kudde.
De conditie van de ooien en lammeren gaan zo snel achteruit en zij verliezen sterk aan gewicht.
De ooien komen droog te staan en de lammeren zullen daarom ook niet groeien. Sommige schapen worden gewond door hun onafgebroken gedraaf in paniek, anderen zullen misschien blind worden en enkele vinden daarbij zelfs de dood. 

Wanneer de herder goed let op het gedrag van zijn kudde kan hij al die ellende van de vliegentijd voorkomen. Bij het allereerste teken  van vliegen in de buurt van de kudde zal hij een tegengif gaan toepassen. Meestal maken de herders het zelf, het is een mengsel van lijnolie, zwavel en teer en dat wordt over de neus en de kop van het dier gesmeerd als bescherming tegen de neusvliegen.
Zodra je deze zalf over de kop van het schaap smeert komt er een onmiddellijke verandering in haar gedrag. De kwelling is verdwenen, de rusteloosheid en de geïrriteerdheid is weg. In plaats daarvan gaat het schaap weer rustig grazen om daarna ook weer rustig te gaan liggen herkauwen.



Wanneer we kijken naar ons leven zijn het vaak de kleine ergernissen, kwellingen en pijnen, die zo vaak de rust verstoren en die je uit je evenwicht kunnen brengen, dat je helemaal uit je doen bent.
Dat je je rust kwijt bent... 
Net zoals bij schapen hebben wij de voortdurende zalving van Gods Heilige Geest nodig om de steeds aanwezige kwellingen van conflicten en ergernissen en pijnen te bestrijden. 
Er zijn nogal wat mensen, die menen dat, wanneer ze eenmaal zijn gezalfd met Gods Heilige Geest dit voldoende is voor hun verdere leven. Maar de dagelijkse moeilijkheden en frustraties en pijnen demonstreren helder, dat wij Zijn hulp voortdurend nodig hebben. We zijn anders niet opgewassen tegen onze kwelgeesten. 
Hoe vaak worden we aangevallen in onze gedachten door de duivel? Als we dan Zijn hulp niet zouden hebben, waar zouden we dan blijven?!
Het hebben van de zalving van Gods Heilige Geest is iets tussen God je jezelf. 
In Lukas 11:13 maant Christus, onze Herder, ons dringend aan om te bidden om de Heilige Geest, die ons dan ook door de Vader zal worden geschonken.
Het is een logisch en rechtvaardig verlangen van ons om elke dag opnieuw te worden gezalfd met Gods Heilige Geest. God alleen kan ons de Geest van Christus schenken. En die Heilige Geest maakt het voor ons mogelijk om in alle kalmte en beheersing te reageren op de ergernissen en de irritaties en de pijnen van het leven.
Het is dus niet goed vanuit pijn te reageren al hoewel het wel vaak gebeurd. Dat zeg ik in de eerste plaats tot mezelf. Ook hierin hebben we dus eerst gebed nodig om op de juiste manier dan te reageren. 

Wanneer er dingen gebeuren, waarop we zelf geen invloed kunnen uitoefenen, of als mensen proberen ons eronder te krijgen of ons in een kwaad daglicht te stellen, dan is het desondanks mogelijk om kalm en rustig te blijven, als zulke krachten van buitenaf door Gods Geest worden bedwongen.
Het dagelijks opnieuw worden gezalfd met olie van Gods Heilige Geest realiseert in mijn leven die voor een christen kenmerkende eigenschappen als geluk, tevredenheid, liefde, geduld, vriendelijkheid en vrede. 
Hoezeer is dit het contrast  met het slechte humeur, de frustraties en het vlugge gepikeerd zijn, die het leven van zoveel van Gods kinderen ontsieren. 
Wat ik in dergelijke situaties moet doen, is dat alles voor de voeten neerleggen van mijn Heere, Jezus Christus, en eenvoudig zeggen: 'God, ik weet geen raad met die vervelende en ergerlijke en pijnlijke problemen, wilt U mijn gedachten zalven met de olie van Uw Heilige Geest. Stel mij in staat om op het onbewuste niveau van mijn gedachteleven te handelen en te reageren, zoals U dat zou doen.' God hoort dat gebed!

De zomertijd betekent voor de schapen meer dan alleen maar vliegentijd; het is ook schurfttijd. Schurft is een hoogst irriterende en besmettelijke ziekte bij schapen, overal ter wereld. Het wordt veroorzaakt door een microscopisch kleine parasiet, die zich vooral bij warm weer razendsnel verspreidt over de hele kudde. 
Schapen vinden het n.l. fijn om elkaar met hun koppen te liefkozen. Daardoor wordt de schurft het meest in de buurt van de kop aangetroffen. En zo verspreidt de infectie.
Schurft is kenmerkend voor bezoedelingen en zonden; voor ál het kwaad. 
In het Oude Testament mochten offerdieren geen smet hebben en daarmee werd in de eerste plaats bedoeld, dat ze vrij van schurft diende te zijn. 
Ook hier is datzelfde middel van lijnolie, zwavel en teer om deze ziekte te bestrijden. 
Destijds in Palestina was dat olijfolie, vermengd met zwavel en kruiden.


In het leven van een christen komt de besmetting door de wereld, de zonde en door dat wat ons bedoezeld en geestelijk ziek maakt meestal door onze eigen gedachten. 
We stoppen onze 'koppen' ook wel eens bij elkaar en worden besmet met begrippen, die niet van Jezus Christus zijn. Onze gedachten, onze ideeën, onze emoties, onze voorkeur, onze impulsen, drijfveren en verlangens worden alle beïnvloed door uitwisseling van onze gedachten met die van anderen. Ook de massacommunicatie met de massa opinie neemt steeds sterker toe. Hoe worden kinderen, jongeren, volwassenen beïnvloed met de geest van deze tijd. Het laat sporen na. En dan heb ik het nog niet eens over het toenemende geweld, haat, vooroordelen, hebzucht, cynisme en een totaal gebrek aan eerbied voordat wat rein en mooi is. 

Veel mensen kunnen de leiding van de Heilige Geest niet voorstellen over hun gevoelens en gedachten, maar het is een zaak van geloof en aanvaarding. Net zoals wij Jezus Christus in ons leven aanvaarden door het geloof. Als we deze stappen eenmaal gedaan hebben, gaan onze gedachten en gaat ons leven in de richting, die Hij aangeeft.
De moeilijkheid is alleen, dat sommigen dit allemaal niet voor de volle 100 % aanvaarden. Net als een eigenzinnig schaap zullen we veelal tegenstribbelen en heftig protesteren als Hij met dit doel voor ogen Zijn hand op ons legt. Zelfs als het voor ons eigen bestwil is, kunnen we toch rebelleren en Zijn hulp weigeren, terwijl we die zo hard nodig hebben. Als het niet zo zijn, dat Jezus voortdurend in hoge mate met ons lot begaan is, zou het er voor ons bepaald hopeloos uitzien. Soms ben ik er van overtuigd, dat Christus naar óns toekomt en olie van Zijn Geest op ons gemoed en ons wezen uitstort, ondanks onze eigen bezwaren. Want als dit niet het geval zou zijn, wat zou er dan van de meesten van ons terecht komen?

In de geleidelijke overgang van de zomer in de herfst beginnen kleine veranderingen in het landschap en de schapen te komen. De nachten worden koeler, De insekten verdwijnen langzamerhand en daarmee ook de plaag. Het wordt bronstijd, de paartijd, waarin grote gevechten van de rammen plaatsvinden om het bezit van de ooien. 
Ook dit weet de herder en hij weet ook dat sommige rammen zich letterlijk dood zullen vechten en elkaar verminken in deze dodelijke gevechten. Hij past dan een eenvoudig middeltje toe. Namelijk een grote hoeveelheid wagensmeer. Als ze dan met grote vaart tegen elkaar botsen maakte de wagensmeer, dat ze langs elkaar heen gleden. Op deze manier werd veel van de hitte en spanning weggevaagd en bleef de schade zeer beperkt.


Onder Gods volk vallen ook heel wat klappen. Als we het op de één of andere manier niet eens zijn met een ander blijven we vaak koppig volharden in het laten gelden van onszelf. Veel mensen lopen daarbij grote geestelijke schade op.
Veel van het verdriet, de wonden, de geleden pijn, de onwil, alles wat niet vergeven werd in het leven van mensen kan soms terug gevoerd worden toe oude rivaliteiten, jaloezie en zelfs complete strijd tussen gelovigen. Veel mensen die alleen kritiek hebben zullen nooit een voet meer in de kerk zetten, omdat ze vroeger eens door iemand zwaar beledigd zijn.

Om te voorkomen, dat dit soort dingen binnen zijn kudde gebeurt, gebruikt onze Herder graag de kostbaarste zalf: de aanwezigheid van Zijn Heilige Geest in onze levens om nederigheid te leren. De voeten van de ander te wassen. 






zondag 21 juni 2020

Gij richt de tafel toe enz. Psalm 23 vers 5

Gij richt de tafel toe voor mijn aangezicht, tegenover mijn tegenpartijders;  Psalm 23 : 5a



Als we bij het beeld blijven van de schapen moeten we bij het woord 'tafel' denken aan de hooglanden, hun zomerverblijf. 
Hoewel deze afgelegen hooglanden moeilijk te bereiken waren, heeft de herder er tijd en moeite voor over om deze hooglanden in orde te krijgen voor de schapen. Hij maakt namelijk al heel vroeg in het voorjaar inspectietochten naar deze ruwe, wilde gebieden. En hij probeert het beste voor zijn schapen uit te zoeken.
Vlak voordat de schapen dan tijdens de zomermaanden daar komen, gaat hij er nog een paar keer heen om het voor zijn dieren in orde te maken. Hij kijkt hoe het gras is en gaat na of er giftige onkruiden groeien, want dan moet hij die weghalen, anders gaan zijn schapen dood. Dat is een heel werk. 


De vergelijking met het leven van een christen is duidelijk. Net als schapen en lammetjes willen we vaak alles proeven en uitproberen, alleen om te weten te komen, hoe zoiets smaakt en hoe het ons bevalt. Soms weten we best, dat bij dat alles wel eens fatale dingen kunnen zijn. Niettemin kan het ons wel in verleiding brengen. 
We moeten er heel dankbaar voor zijn, dat onze Herder ons al is vooruitgegaan en dus die bedreigingen kent. Daardoor is Hij in staat om ons bij te staan in elke situatie, die ons anders te gronde zou richten.

Als we een Bijbels voorbeeld nemen denken we aan Petrus. Jezus had hem gewaarschuwd, dat de satan hem zou proberen te verleiden en hem zou zeven als het tarwegraan. Maar Jezus zei er direct bij, dat Hij had gebeden, dat het geloof van Petrus niet zou verzwakken tijdens de wanhopige moeilijkheden, die hij zou moeten doorstaan. En zo is het nog. Onze Goede Herder gaat ons in elke moeilijke situatie voor, Hij ziet ieder gevaar en bidt voor ons, dat het ons niet te gronde zal richten.

Er is nog een ander karwei, dat door de schaapherder op zo'n hoogvlakte moet gebeuren. Hij moet de bronnen, waterbekkens, en overige drinkplaatsen reinigen en bereikbaar maken voor zijn kudde. Het opgehoopte vuil en alle rommel moet verwijderd worden zoals bladeren, takken, stenen en aarde, die in de lange winter, die drinkplaatsen hebben verstopt. Al deze werkzaamheden vormen samen 'het aanrichten van een dis' voor zijn schapen gedurende de zomer. 

Als we kijken in het leven van een christen is Christus als Goede Herder ons Zelf al voorgegaan in iedere noodsituatie, die we op onze weg zouden kunnen verwachten. Hij heeft ons lijden en onze verzoekingen persoonlijk doorgemaakt en weet dus uit eigen ervaring van ons dagelijkse strijd. Het verschil was dat Hij nooit in zonde viel. Hij was een Man van smarten, er was niemand, die zoveel leed als Hij! Daardoor begrijpt Hij ons! 


Daarom is Hij vervuld van grote zorg en ontferming voor ons op een manier, die ons verstand te boven gaat. 
Het levenspad van de christen kan dus door Zijn genade tot een bergtop ervaring, een hoogland ervaring worden, maar alleen wanneer we in de hoede van Jezus Christus zijn.  

Hij heeft ons een tafel aangericht tegenover mijn tegenpartijders. Pal onder de ogen van onze vijanden, die het liefst ons zouden ontmoedigen of vernietigen als ze de kans kregen. 

In het leven van een christen zijn bergen en dalen. Vaak heeft een christen veel beproevingen te doorstaan. Veel verdriet en pijn, moeiten en zorgen. Maar er bestaan geen bergen zonder dalen en zelfs op een bergtop kan men nog een nare ervaring op doen.
Het wil niet zeggen, als de herder van te voren op de hoogvlakten is geweest dat er dan geen gevaren meer zijn. Wilde dieren kunnen nog steeds aanvallen en giftig onkruid kan er nog steeds groeien.
Stormen en valwinden kunnen nog altijd over de bergtoppen komen aanzetten. Toch verzekert Christus ons in Zijn zorg en liefde, dat wij behalve verdriet ook blijdschap zullen ervaren. Het is ons niet steeds duidelijk, wat voor onvoorstelbare persoonlijke inzet het voor onze Heiland is geweest om 'een tafel aan te richten' voor de Zijnen.
Evenals de eenzaamheid en persoonlijke ontbering van de schaapherder, die de hoger gelegen zomerweiden voor zijn kudde in gereedheid brengt, grote opofferingen betekenen, zo moet de eenzame doodsstrijd in Gethsémané, en de lijdensweg en tenslotte Golgotha, Jezus Christus, zo onvoorstelbaar veel hebben gekost om de zonden te dragen voor wie in Hem gelooft, dat we dat nooit kunnen bevatten met ons verstand.

Met 'de tafel' wordt ook het Heilig Avondmaal bedoeld. Hebben we werkelijk enig idee, wat het Hem gekost moet hebben, om deze tafel ook voor mij aan te richten? We denken dan aan Zijn liefde, dat Hij Zichzelf heeft gegeven, opdat wij uit genade in geloof tot Hem kunnen komen. 
Hij verliet bewust de hemel om op aarde te komen waar Hij niet welkom was. Waar Hij werd blootgesteld aan ontberingen, verschrikkelijke valse beschuldigingen, aan kwaadsprekerij en aan boosaardige aanklachten, die Hem zouden brandmerken als een veelvraat, dronkaard, vriend van tollenaars en hoeren. Hij zou Zijn reputatie totaal verliezen. Er zou alleen lichamelijk lijden, geestelijk lijden en de dood volgen. Omdat Hij Zichzelf aan de dood overgaf.
Hij werd een vloek, om onze vloeken te verbreken.
Hij stierf om de zonden te dragen voor een ieder die in geloof tot Hem komt. 



Jezus heeft gezegd, dat Hij is gekomen opdat wij een nieuw leven zouden hebben. Precies zoals een schaapherder het meest geniet als hij de schapen op de hooglanden ziet gedijen (letterlijk en figuurlijk)
Gods liefde voor ons in Jezus Christus hangt ook gedeeltelijk samen met zijn verlangen om ons op een hoger plan te laten leven.  Een leven van overgave, stille dankbaarheid, tevredenheid en onbaatzuchtigheid, waarin ik wandel met Hem en mij verheug in de vertrouwelijke omgang met Hem, dat is een rijk leven!
Zo mijn weg te gaan is voortgaan in rustige en onbevreesde zekerheid. Hier te mogen grazen betekent verzadigd te worden met het goede. Dit hoogland is het ervaren van de liefde van mijn Grote Herder! 

En eens, wie weet hoe gauw al, zal het avondmaal zijn van het bruiloft van het Lam, waartoe we geroepen zijn. (Openbaring 19: 9)
Ik kijk er naar uit, jij ook?




zondag 7 juni 2020

Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij (2) Psalm 23 : 4b

Zoals beloofd zal ik het deze keer over de staf van de herder hebben. Aan de staf herkent men meer dan aan welk ander voorwerp, de herder. Niemand anders, in wélk beroep ook, draagt een staf bij zich. Het is hèt kenmerkende voorwerp dat wordt gebruikt bij de zorg en voor het hoeden van schapen, en dan ook alléén van schapen. Het wordt in hun belang gebruikt.
De beste woorden die i.v.m. die staf zouden kunnen worden gebruikt zijn: troost, geruststelling en zekerheid voor de kudde.
Zoals de stok de begrippen: discipline en verdediging tegen gevaar uitbeeldt, zo is de staf het symbool voor bescherming tegen langdurig lijden en betekent hij eigenlijk alleen toewijding en vriendelijkheid.



De herderstaf is gewoonlijk een lange, vrij dunne stok, meestal met een krul of haak aan het ene einde. Ook die wordt met zorg uitgezocht door de herder. 
Oudere herders leunen vaak op hun staf voor ondersteuning. Op die manier is het voor hemzelf ook een zeer belangrijk hulpstuk.
Gods staf staat symbolisch voor de Geest van God. Wij mogen de realiteit van de liefde, de troost en de zachtmoedige terechtwijzing ervaren door het werk van Zijn Heilige Geest. 

Op drie gebieden van de schapenfokkerij speelt de staf een zeer belangrijke rol. 
Het eerste is het samenbrengen van de schapen in een liefderijke onderlinge band.
De herder zal onder meer zijn staf gebruiken om een pas geboren lam heel voorzichtig op te tillen en het bij de moeder terug te brengen, als ze van elkaar gescheiden worden. Dit doet hij omdat hij wil voorkomen, dat een ooi haar jong verstoot als het de lucht van mensenhanden aan zich zou hebben. 
Zo is die staf er ook om een oud of een jong schaap te vangen en het dicht naar de herder toe te halen voor een grondig onderzoek Vooral bij die schapen, die niet zo gemakkelijk te vangen zijn door hun schuwheid, verricht de staf prima diensten.

Zo is er in het leven van een christen de Heilige Geest, de Vertrooster, die de mensen met Zijn liefde bij elkaar brengt. Die Geest brengt ons dan ook bij Christus, waarvan Hij ook getuigt.

Verder wordt de staf nog gebruikt om schapen te leiden. Zoals langs gevaarlijke en moeilijke paden. Hij gebruikt de staf niet om te slaan, maar hij geeft ze een zacht duwtje van zijn staf tegen de flank van de schaap, wat het dier in de richting stuurt, waarheen de herder het hebben wil. Op die manier gaat het schaap precies in de goede richting.



Een herder laat zijn staf ook wel eens liefkozend langs de flank van één of ander dier gaan. Om het te laten voelen, dat herder en schaap met elkaar in contact zijn. En zo kunnen ze soms een hele poos samen doorlopen. Het schaap vindt die speciale aandacht ook prettig en geniet zichtbaar van het innige contact met haar herder. Het wordt op een bijzondere manier op haar gemak gesteld. 

In de omgang met God wordt ons door Jezus Christus gezegd, dat Hij Zijn Geest zal zenden om ons in al de waarheid te leiden. (Johannes 16 : 13) De Heilige Geest maakt het Woord van God begrijpelijk voor ons bevattingsvermogen. Hij, de grote Herder, zegt zachtmoedig, maar met besliste stem tot ons 'Dit is de weg - daar moet je heen.' En als we Hem gehoorzamen aan Zijn vriendelijke aansporingen en met Hem samenwerken, komt er en gevoel van veiligheid en rust over ons. 
Het is diezelfde Geest, die kalm, maar indringend tot ons komt om het leven van Jezus Christus, onze Herder, tot realiteit voor ons te maken. Daardoor ben ik in direct contact met Jezus, het voelen van Zijn aanraking, het besef van de inwerking van Zijn Geest op de mijne. Er is voor het ware kind van God, die zeer vertrouwelijke en toch zo overweldigende grootse ervaring: de Trooster aan je zijde te weten. Dat Hij ons leven bestuurt is zo'n geruststelling. We kunnen altijd op Hem rekenen in elke beslissing wil Hij ons bijstaan, we hoeven het alleen maar te vragen en Hij laat ons altijd zien wat het juiste is.

Maar als ik nu eens niet zo vertrouwelijk alles met Hem overlegd, zal ik dan niet in moeilijkheden raken? Ook dán komt Hij mij te hulp, evenals de herder zijn schaap uit situaties redt, waarin het zichzelf door eigen domheid heeft gebracht. 
Omdat schapen meestal nogal eigenwijze dieren zijn komen ze nogal eens in moeilijke dilemma's terecht. Soms komt een schaap vast te zitten in een bosje wilde rozen of bramen. De dorens zijn dan zo diep in haar vacht te zitten, dat ze op geen enkele manier zich meer kan lostrekken. Alleen door gebruik te maken van de staf kan zo'n herder het schaap weer uit haar benarde positie bevrijden.


Zo is het met ons ook. Als we ons in de nesten werken, is dat veelal onze eigen schuld. Vaak door eigenwijsheid of tegendraads te zijn gaan we steeds door met onszelf in een situatie te werken, waar we ons onmogelijk meer kunnen uitredden. En dan komt onze Herder met tederheid en medelijden naar ons toe. Als Hij heel dicht bij ons is, helpt Hij ons door Zijn Geest zacht uit de ellenden. Wat moet God ontzettend veel geduld met ons hebben!
Wat moet Hij lang onder onze koppigheid gebukt gaan. Wat een mededogen en wat een genade! Uw staf vertroost mij! Uw Geest, Jezus Christus, is mijn troost!


 

zondag 24 mei 2020

Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij (1) Psalm 23

Een herder ging in vroegere tijden in het Midden-Oosten op pad met een stok en een staf. De stok werd meestal zelf zo gemaakt, dat het als een soort knuppel was. 
En dan besteedde men nog uren om met zo'n knuppel te oefenen en te leren hoe hij het ding met verbazingwekkende snelheid en trefzekerheid kon wegslingeren. Dit werd n.l. zijn belangrijkste verdedigingswapen voor hemzelf en zijn schapen. 

De stok werd zo dus ingezet om elk eigenzinnig schaap, dat steeds wilde weglopen tot de orde te roepen.
Een tweede functie was om de discipline in de kudde te bewaren. Het was belangrijk dat de schapen goed naar de herder luisterde en hem gehoorzaamde.
Als hij zag dat een schaap afdwaalde of in de buurt van giftig onkruid zag komen, vloog de knots door de lucht om het eigenzinnige schaap weer snel naar de rest terug te sturen.



Van Gods Woord (de Bijbel) is al vaak gezegd: 'Dit Boek zal u van zonden afhouden.'
(Maar andersom is helaas ook waar. Zonden zal je van het lezen van dit Boek weerhouden)
Maar we hetbben het nu over het eerste. Het Woord van God komt onverwacht snel en direct op ons af om ons bij te sturen en terecht te wijzen, wanneer we het spoor bijster zijn. Het is Gods Geest, die het levende Woord gebruikt om ons geweten van het juiste gedrag te overtuigen. Zodoende houdt Christus ons in het oog, Hij wil ons zo graag op het rechte spoor zien. 

Nog een ander gebruik van de stok in de herder is het controleren en tellen van de schapen. In tijd van het Oude Testament wordt de uitdrukking gebruikt 'onder de herdersstaf doorgaan' of 'Ik zal u onder de roede doen doorgaan.' Ezechiël 20 : 37
Dat betekende dat je werd geteld, goed bekeken en onderzocht op je welzijn.
Bij een schaap met een dikke vacht is het zo, dat het niet altijd gemakkelijk is om een ziekte of beschadiging of verwonding te ontdekken. Maar de herder gaat met zijn stok door de vacht, duwt de wol hier en daar opzij en kijkt of de huid wel in orde is. Een goede herder zal van tijd tot tijd ieder schaap apart helemaal goed onderzoeken of alles wel in orde is. Op deze manier komen verborgen problemen voor de dag.




Wanneer wij ons eraan willen onderwerpen zal God ons ook onderzoeken. Hij dringt door de buitenlaag heen. Ziet ons masker, als we die dragen. Hij kijkt er achter en brengt aan het licht wat recht moet worden gezet.
Dit is niet iets wat we moeten proberen te ontlopen. Hij heeft ons eigen belang voor ogen als Hij ons zo zoekt. Dat mag tot troost zijn voor Gods kind. Hij moet soms er heel wat voor doen om het verkeerde en scheve weer recht te buigen.  




Tenslotte is de knots van de herder een wapen om zichzelf en zijn schapen te kunnen verdedigen in tijden van gevaar. 
Het was de 'stok' van Gods Woord, die Jezus Christus, de Goede Herder, gebruikte bij Zijn verzoeking van de duivel in de woestijn. 
Het is hetzelfde Woord van God, waarop wij ook op kunnen vertrouwen om de vele aanvallen van de duivel af te slaan. Het maakt niet uit welke vermomming de satan aanneemt, die van een slang of een brullende leeuw. 





Er is geen beter houvast dan het Woord van God! Door Zijn Woord en Geest wil Hij tot ons komen om ons te behouden, te onderwijzen, te corrigeren, te helpen, te bemoedigen, te troosten. Ons te dragen in tijden van nood, wanneer we niet meer verder kunnen, maar ons ook weer kracht te geven om Hem na te volgen.
En zeker in onze samenleving van tegenwoordig, waar zoveel op ons afkomt. 

De volgende keer hoop ik het over de staf van de Herder te hebben.

zondag 10 mei 2020

Al ging ik ook in een dal..., (Psalm 23)

Al ging ik ook in een dal van de schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij. Psalm 23:4.

Naar de bergweiden

Alleen de herder brengt de schapen naar de bergweiden, dat mogen huurlingen niet doen.
In de zomer zullen de schapen in de directe nabijheid en persoonlijke zorg van hun herder doorbrengen.
Lange dagen waar de schapen maar langzaam vorderen en onderweg eten, wat er te eten valt. Zo naderen ze geleidelijk de bergen en tegen de nazomer zijn ze hoog in de bergweiden aangekomen tot boven de boomgrens. 
Maar met het naderen van de herfst gaat de kudde weer naar lager gelegen gebieden gebracht in verband met de sneeuw. Tegen het eind van de herfst zijn ze weer terug bij hun thuis, waar ze de winter doorbrengen. 
Dit gedeelte van de jaarlijkse cyclus wordt in de tweede helft van de psalm beschreven.



David die ook herder was, kende dit alles. Hij wist te vertellen over alle moeilijkheden en gevaren die er waren van kolkende bergstromen, lawines, grondverschuivingen, giftige planten, roofdieren, die er op uit waren om een schaap uit de kudde te halen of de verschrikkelijke sneeuw- en hagelstormen. Hij was op alles voorbereid. Hij moest de kudden veilig door dit alles heenbrengen en dat deed hij in afhankelijkheid met Hem. 
'Ik zal niet vrezen, want Gij zijt bij mij...'

Hoe gaat dat met Gods kinderen?

Op het smalle oneffen pad van het leven van een kind van God is het niet anders dan een eenvoudige herder. Je kunt alleen maar hogerop komen door vanuit de diepte van de dalen zelf omhoog te klauteren. Elk berg heeft zijn dal. De hellingen dragen de diepe littekenen van peilloze diepten en spleten. En de beste weg naar de top is altijd via de valleien.
Je gaat door donkere dalen. In de psalm staat ook 'al ging ik ook in een dal van de schaduw des doods.' Er wordt niet gezegd, dat wordt mijn einde, nee ik ga door...

Vaak wordt dit vers gebruikt als troost voor hen, die inderdaad door de vallei van de dood gaan. Maar zelfs hier, betekent de dood voor een kind van God, zeker niet het einde maar een leven tot in eeuwigheid met een nog veel dieper contact  met Christus. De dood is slechts het dal van de schaduw van de dood, dat uitmondt in een voor eeuwig verenigd zijn met God. Het is dus niet iets om angstig voor te zijn, maar het is een ervaring, die men nu eenmaal moet doormaken op weg naar een ander en rijker leven om bij de Heere te zijn.
De Goede Herder weet dit. Het is één van de redenen, waarom Hij ons gezegd heeft: 'Ziet, Ik ben met u.' Altijd! Ja, zelfs in de vallei des doods. Wat een troost en blijdschap!


Valleien
Voor ons, die nog een poosje op aarde moeten blijven, is nog een taak weggelegd, hier en nu. Er zijn nog steeds valleien, waar we doorheen moeten. En dat hoeven echt geen doodlopende wegen te zijn. De teleurstellingen, de frustraties, de ontmoedigingen, de dilemma's, de donkere en moeilijke dagen behoeven, hoewel ze zeker dalen van schaduwen des doods zijn, beslist nog geen rampen voor ons te betekenen. Ze kunnen de weg zijn naar een hogerop gelegen grond, de weidegronden, waar we in direct contact met God zijn. 
Elke keer als ik weer door zo'n dal ga moet ik me realiseren: U brengt mij op de beste weg om hogerop te komen, dichterbij U. Als ik Hem dan kan danken voor deze moeilijkheden en donkere tijden, dan ontdek ik tegelijkertijd dat Hij bij mij is in mijn ellende. Mijn angsten en bange twijfels maken dan plaats voor rust en vertrouwen in Zijn zorg en bescherming.
Dat dit alles voor mijn bestwil gebeurt, omdat Hij bij mij is in de diepe dalen en dat alles in Zijn hand is. En dat maakt alles dragelijker.

Er is nog een reden waarom schapen over de lage paden door de dalen worden geleid naar de bergtoppen.  Het zijn de paden van de minst steile hellingen, maar het zijn ook de meest vochtige paden. Overal vind je er fris en helder water door de stroompjes en bronnen en in de diepere bergkloven. In de zomermaanden kunnen de lange trektochten erg warm en vermoeiend zijn. De kudden krijgen erg last van dorst en daarom is het een uitkomst dat er vrij regelmatig drinkplaatsen zijn.

Voor een kind van God komen we tot de ontdekking dat juist in de diepten en valleien van ons leven we de verkwikking van God zelf krijgen. Pas wanneer we mét Hem door heel zware moeilijkheden zijn gegaan, komen we tot de ontdekking, dat onze dorst in Hem gelest wordt, juist middenin onze ellende. Als God komt in het dieptepunt van onze wanhoop en Hij geeft ons de innerlijke kracht en weerstand door Zijn Heilige Geest, dan komt er zo'n overgave tot Hem en voel je je zo klein dat Hij zo naar je om wilt zien. Dan gaan wij er ook van getuigen, wie Hij voor ons wil zijn. En God wil onze dieptepunten vaak gebruiken tot troost voor een ander. 


Een andere reden dat een herder zijn kudde het liefst door de dalen naar hoger gelegen weidegronden voert, is dat bijna het beste en meeste voedsel  langs deze route wordt aangetroffen. De kudde wordt kalm en langzaam verder geleid; ze wordt nooit opgejaagd. Want er zijn ook lammeren bij, die deze weg nog niet kennen.
Voor de herder is het uitkijken naar de prairiewolven en beren en wolven, die dekking kunnen vinden in de scheuren en spleten van deze steile hellingen en van daaruit hun prooi kunnen bespringen. Ook kunnen er hevige stormen losbarsten en dat er dan steenslag omlaag komt. Er zijn zoveel gevaren, die een kudde bedreigen of een enorme schade kunnen aanrichten.

Onze Herder weet dit allemaal beter dan wie ook als Hij ons mét Hem door dergelijke valleien leidt. Hij weet waar wij de kracht vandaan moeten halen en waar de grazige weiden zijn, ondanks alle dreiging en gevaren om ons heen.
Het is een geweldige ervaring voor elk kind van God om te ontdekken, dat er zelfs in de donkerste vallei een bron van kracht en nieuwe moed kan worden gevonden in God. Zeker als we terugkijken op onze levensweg zien we hoe Hij altijd ons leidde. Hij is zo trouw, dat Hij in alle stormen en tegenspoeden van ons leven ons kracht geeft om door te gaan.

Hoe reageer ik daarop? Hoe ga ik er doorheen?

Hoe verwerk ik de rampspoeden, de tegenslagen, die op mijn weg komen? Samen met Jezus Christus zie ik al die dingen onder ogen. Door Woord en Geest word ik geleid. Door de vallei des doods zal ik tot een hoger gelegen weidegrond opklimmen, achter Jezus aan. Zo mag je gezegend worden.







zondag 26 april 2020

Hij leidt mij (Psalm 23)

Hij leidt mij in het spoor der gerechtigheid, om Zijns Naams wil. Psalm 23 : 3b.

Schapen zijn gewoontedieren

Schapen zijn uitzonderlijke gewoontedieren. Wanneer ze aan zichzelf overgelaten worden, zullen ze steeds dezelfde sporen volgen, ze zullen steeds dezelfde heuvels proberen af te grazen, totdat het woestijngrond is geworden.

Schapen, geen enkel ander soort vee heeft zoveel persoonlijk en zorgvuldige leiding en behandeling nodig. 




De beste bescherming, die een herder zijn kudde kan bieden, is ze constant in beweging te houden. Dat wil zeggen, dat hij ze niet te lang op dezelfde grond moet laten grazen. Regelmatig van het ene in het ander veld verplaatsen, dit voorkomt overbegrazen van de weidegronden. En het voorkomt infectie van de schapen met parasieten, omdat de dieren alweer verdwenen zijn, voordat deze parasieten hun levenscyclus hebben voltooid.
Een goede herder is een herder die zijn schapen naar gezonde en verse weiden weet te leiden. Schapen vinden het trouwens heerlijk om nieuw vers voedsel te vinden. 

Waarom worden wij schapen genoemd?

Het is niet zomaar een inval van God om ons zo te noemen. Onze levenspatronen en levensgewoonten komen erg veel overeen met schapen.
Allereerst wijst de Bijbel ons er op dat de meesten van ons hardnekkig zijn. We gaan het liefst ons eigen gang en volgen onze eigen ideeën. In Jesaja 53 : 6 staat het zo: 'Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een ieder naar zijn weg.' En dat doen we dan ook welbewust, herhaaldelijk en zelfs tot onze eigen schade. Trots en 'op je recht staan' daar heeft het vaak mee te maken. We blijven volhouden, dat we zelf het beste weten wat goed voor ons is, zelfs als de gevolgen negatief zijn. 'Mijn eigen weg gaan' betekent eigenlijk 'doen wat ik zelf wil.' Mijn eigen verlangens voorrang verlenen boven wat God wil, ondanks alle waarschuwingen. In Spreuken 14 : 12 en 16 : 25: 'Er is een weg, die iemand recht schijnt; maar het laatste van die zijn wegen des doods.' 
In tegenstelling komt Jezus Christus, de Goede Herder, in vrede bij ons en zegt: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven; Niemand komt tot de Vader, dan door Mij. Johannes 14 : 6. 

Willen we wel de Goede Herder volgen?

Het lastige punt is elke keer weer, dat de meesten van ons niet willen komen. We willen niet volgen. We willen niet 'in het spoor der gerechtigheid' geleid worden. Op de één of andere manier kiezen we altijd tegendraads om onze eigen weg te gaan, ook al voert die ons rechtstreeks naar moeilijkheden. Het hardnekkige en eigengereide schaap dat blijft volharden de platgetreden paden te volgen en te grazen op de oude, onvruchtbare grond zal vermageren op woeste grond. Zo zijn er velen in onze maatschappij, die op allerlei manieren in leven proberen te blijven door inhaligheid en egoïsme. En het laat een spoor van ellende achter zich.
En middenin die chaos komt Jezus Christus en zegt: 'Zo wie achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf, en neme zijn kruis op, en volge Mij. Markus 8 : 34 b.
Maar willen we dat? Wij zingen liederen tot Zijn eer en wij staan hier allemaal achter. Maar als het nu echt zo is 'geleid worden in het spoor der gerechtigheid', dan zijn er maar een handje vol mensen, dat die sporen ook werkelijk willen volgen.
In feite is dit het keerpunt: Het punt waarop de christen met God verder gaat of zich terugtrekt. Er zijn maar weinig echte volgelingen van Jezus Christus. IJverige discipelen, die alles in de steek laten om de Meester te volgen. Het maakt duidelijk dat dit een hard en moeilijk leven is met jezelf verloochenen. Een nieuwe levenshouding. Geen gemakzuchtig leventje. 



Kenmerken van het volgen van de Goede Herder, Jezus Christus.

1. Jezus Christus komt op nr. 1. Zijn liefde tot Hem. En ik ben bereid mijn naaste lief te hebben als mijzelf. Dat wil zeggen, dat ik bereid ben om mijn eigen leven en eigen-ik af te leggen en mezelf in te zetten voor anderen. Dat is n.l. wat God voor ons in Jezus Christus deed. Op hetzelfde ogenblik dat ik doelbewust iets voor God of mijn naaste doe, iets wat een offer van mij vraagt, verspreid ik liefde. (zelfopoffering)
2. I.p.v. het liefst onopvallend door het leven te gaan en precies hetzelfde te zijn en te doen als de rest, ben ik voortaan bereid om mezelf eruit te laten lichten, dus om afgezonderd te worden. De meeste mensen zijn kuddedieren. Als je er voor uit wilt komen dat je er één van Hem bent betekent dat automatisch een flinke dosis kritiek, sarcasme van andere mensen. Velen willen dat niet. Evenals Hij een Man van smarten was, kan dat heel goed ook ons deel worden.
3. I.p.v. op mijn recht te staan, ben ik nu ten behoeve van anderen bereid om de mindere te zijn. Zelfverloochening. Bereid om niet altijd je gelijk te willen halen en het laatste woord te willen hebben. Het is het losweken van het eigen-ik in zo'n houding. Je wordt vrijgemaakt van de boeien van zelfhandhaving en eigendunk. 
4. I.p.v. de baas te spelen, ben ik bereid de minste te zijn.  Als het streven naar zelfhandhaving plaats gaat maken voor het verlangen naar God én je naasten te dienen, vind je je rust in grazige weiden, want je legt alles in Zijn handen en Hij beslist over alles. 
5. I.p.v. overal op te vitten en voortdurend te vragen 'Waarom?' ben ik voortaan bereid om wat er gebeurt in het leven in dankbaarheid te aanvaarden. Wanneer je werkelijk gelooft, dat je hele leven in Gods handen is, dan zal je elke gebeurtenis, of die nu fijn of erg is, aanvaarden als onderdeel van Gods plan. En weten dat Hij alles doet voor ons bestwil.
Dat geeft je vrede, rust en kracht van Hem, zodat je ook bestand bent tegen elke situatie.
6. I.p.v. mijn eigen wil door te drijven, leer ik mij te schikken naar Zijn wensen. Je wil staat in dienst van Zijn wil. Niet mijn wil, maar de Uwe geschiede. 
7. I.p.v. mijn eigen weg te kiezen, wil ik voortaan de weg volgen, die Christus aanwijst, door dat te doen, wat Hij van mij vraagt, dus oprechte gehoorzaamheid. Ik ga waarheen Hij me wil hebben, Ik zeg wat Hij mij in de mond geeft. Ik doe wat Hij van mij vraagt. Ik handel en reageer op de wijze, waarvan Hij zegt dat het zowel in mijn eigen bestwil is als ter ere van Zijn grote Naam. 




Er zijn weinigen, die de wil of het besluit kunnen opbrengen om het gevraagde ook echt te doen. Wie wel bereid is om te gehoorzamen zal ervaren dat hij in grazige weiden is beland, die hem of haar en vele anderen een wereld van zegen doorgeven.

Het zal de Goede Herder grote blijdschap brengen.
Hij wil graag dat we allemaal met Hem optrekken, dat wij met Hem wandelen, voor onszelf en voor onze naasten. 
We kunnen dit door de Heilige Geest, die wordt gegeven aan allen, die Hem gehoorzamen.